Grenzen

Je kunt er tegen aanlopen, je kunt ze overschrijden, ze bewaken, verleggen, stellen en missen. Grenzen bepalen voor een groot deel wie we zijn. Een voor het oog onzichtbare lijn bepaalt of we Nederlander of Belg zijn, Duitser of Pool. Niet zelden bepaalt deze denkbeeldige lijn ook of we dader of slachtoffer zijn; omdat we grenzen overschrijden en andermans territorium binnenvallen. Grenzen raken aan ons bestaan. Maar waarom is dat zo? Waarom zijn grenzen en het stellen van grenzen zo belangrijk voor ons? Met andere woorden, waarom hebben we grenzen nodig?

In 1969 werd minister van binnenlandse Zaken Beernink betrapt op het 'smokkelen' van sigaretten vanuit Baarle-Nassau. De douane liet hem ‘krachtens  de douane-instructie” ongemoeid, maar Beernink betaalde wel de belasting en de gebruikelijke boete. Naar eigen zeggen had hij de sigaretten gekocht om zijn laatste Belgische geld op te maken en had hij te goeder trouw gehandeld… 
Rik Sohier (81) woont in de grensstreek, is oud-douanier. Volgens mij heeft iedereen behoefte aan grenzen: kijk maar naar de afscheiding van onze tuintjes. Rik heeft zelf ook een tuin. Aan weerskanten van de tuin staat een heg. Bij de buurman aan de ene kant is dat gewoon een heg, maar in de heg die hem van de andere buurman scheidt, zit een gat, dus daar heeft hij een opening aan. Ze stappen wel eens door dat gat om een praatje te maken. Hij bedoelt maar…
Als douanier heeft hij natuurlijk veel met grenzen te maken gehad. En met smokkelaars. Hij heeft het over blauwen en kommiezen, wat het verschil tussen smokkelaar en douaniers blijkt te zijn. Rond de grens was er veel geheimzinnigheid, in iedereen smokkelde in meerdere of mindere mate. Ach het was ook een soort spel. 

Vroeger waren er nog niet zoveel grenzen. Vaak was er sprake van natuurlijke grenzen. Bij de Romeinen begon dat te komen. Die hadden ook  een god van de grens: Terminus. 

Rik is douanier geweest van 1 september 1948 tot aan ongeveer 1984. Zijn vader was ook douanier evenals een schoonzoon, en twee ooms. Rik vind dit niet zo bijzonder; ze woonden tenslotte ook in een grensstreek. 
Rik vertelt dat toen de Europese grenzen werden geopend, in 1999, toen heeft hij voor een boek allerlei smokkelaars geïnterviewd. 

Komt het werk van uw collega’s altijd op uw bureau terecht? Vind u het moeilijk om nee te zeggen en laat u zich altijd de kaas van het brood eten? Misschien moet u dan eens een assertiviteitscursus overwegen. Linda Houthoff van bureau Houthoff Training en Coaching zegt dat dit duidelijk een kwestie is van grenzen en bewaken.  Maar een eerste vereiste is dan natuurlijk wel dat je weet waar die grenzen liggen. De assertiviteitcursus traint mensen hun grenzen opnieuw te bepalen. Dat begint dat mensen voor zich zelf eerst de vraag moeten stellen: “Wat wil ik nu eigenlijk?’ 
Daarna moeten ze het natuurlijk ook in de praktijk proberen te brengen. De cursus geeft hiervoor een aantal richtlijnen. Belangrijk is bijvoorbeeld de ik-uitspraak. Begin je zin met : ‘Ik vind het vervelend dat….’ En spreek je gevoel uit. Je moet een reden geven om jezelf te verdedigen. Je hebt niet alleen een recht om te vragen maar wel degelijk ook het recht om te weigeren. Je moet je altijd afvragen ‘wil ik dit’ want daarmee voorkom je dat je over je eigen grenzen gaat. Je kunt ook zeggen: ‘ik kan die taak niet van je overnemen want anders kom ik met mijn planning in de knoei.’

Bijna alle jonge ouders hebben de ambitie om hun kroost anders op te voeden dan dat hun eigen ouders dat deden. Ze proberen minder streng te zijn, meer geduld voor het kind op te brengen, beter te luisteren maar doen ze het daarom ook beter? We vragen het Paulien Bom, zij schreef een boek: Kinderen en grenzen stellen. Kinderen hebben behoefte aan grenzen. Praktisch, voor hun eigen veiligheid (traphekje, box, tuinafscheiding), maar ook mentaal: dit mag wel en dit mag niet. Zo hoort het en zo hoort het niet. Dat geeft duidelijkheid en dat is ook een vorm van veiligheid: zo leef je prettig met mensen samen. 
Kinderen hebben er behoefte aan gecorrigeerd te worden. Paulien vindt dat kleine kinderen heel erg vrijgelaten worden. Als dan op een gegeven moment blijkt dat ze die vrijheid niet aankunnen, wordt er meestal wel hard ingegrepen. Grenzen stellen is nooit een doel op zich. Over de ouders van nu: men heeft de neiging het kind meer te volgen in zijn ontwikkeling dan het kind te vormen.

Marc Schabrack is arbeids-, en gezondheidspsycholoog. Grenzen raken aan het hart van ons bestaan. Het menselijk leven is opgebouwd uit een immense hoeveelheid herhaling. Dat begint al ’s ochtends bij het opstaan. De hele dag zijn er bekende dingen. Dat geeft houvast. Voor wat betreft de grenzen is het de vraag in hoeverre je hier van af wil wijken. Daarnaast moet je je beschermen tegen anderen. Als mensen over je grenzen gaan wordt je emotioneel. Grenzen hebben ook alles met veiligheid en vrijheid te maken. We spreken van vrijheid als de grenzen niet te beknellend zijn. 
Als je in een nieuwe situatie komt dan houd je je altijd aan de grenzen. Regels zijn als het ware meeneembare grenzen. Je weet dat je je op een bepaalde manier dient te gedragen. Schabracq geeft een voorbeeld. Als je naar de bakker gaat op zaterdagmorgen sta je temidden van andere mensen op je beurt te wachten. Er is dan sprake van een aantal ongeschreven regels; je gaat dan niet op je handen staan (ook al heeft niemand er last van) want dat werkt verstorend. Er zijn bepaalde sociale conventies. Als iemand die doorbreekt dan volgt er doorgaans een emotionele reactie. Er is dan sprake van een bepaalde opwinding, een lichte vorm van stress.
Wat je in zo’n geval ziet is dat er allerlei reparatiepogingen worden gedaan (dat kan variëren van negeren tot corrigeren), een beetje afhankelijk van wie de sociale conventies doorbreekt.